Geconsolideerde jaarrekening 2020
Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland
Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland
Na resultaatbestemming
| Bedragen * € 1.000 | 31/12/2020 | 31/12/2019 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Activa | ||||
| Vaste activa | |||||
| 1.1 | Immateriële vaste activa | 71 | 87 | ||
| 1.2 | Materiële vaste activa | 78.916 | 83.620 | ||
| Totaal vaste activa | 78.987 | 83.707 | |||
| Vlottende activa | |||||
| 1.5 | Vorderingen | 3.043 | 4.188 | ||
| 1.7 | Liquide middelen | 26.937 | 27.646 | ||
| Totaal vlottende activa | 29.980 | 31.834 | |||
| 1 | TOTAAL ACTIVA | 108.967 | 115.541 | ||
| 2 | Passiva | ||||
| 2.1 | Eigen Vermogen | 81.631 | 80.414 | ||
| 2.2 | Voorzieningen | 8.437 | 7.739 | ||
| 2.3 | Langlopende schulden | 218 | 245 | ||
| 2.4 | Kortlopende schulden | 18.681 | 27.144 | ||
| 2 | TOTAAL PASSIVA | 108.967 | 115.541 |
| Bedragen * € 1.000 | 2020 | Begroting 2020 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|
| Baten | ||||
| 3.1 | Rijksbijdragen | 119.912 | 116.051 | 116.820 |
| 3.2 | Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 764 | 515 | 842 |
| 3.3 | College-, cursus-, les- en examengelden | 2.114 | 2.155 | 2.031 |
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 5.102 | 5.917 | 6.003 |
| 3.5 | Overige baten | 1.816 | 2.203 | 2.860 |
| Totaal baten | 129.708 | 126.842 | 128.556 | |
| Lasten | ||||
| 4.1 | Personeelslasten | 102.292 | 99.531 | 106.916 |
| 4.2 | Afschrijvingen | 8.101 | 8.317 | 8.486 |
| 4.3 | Huisvestingslasten | 6.326 | 6.143 | 6.824 |
| 4.4 | Overige lasten | 11.707 | 13.555 | 13.523 |
| Totaal lasten | 128.426 | 127.546 | 135.748 | |
| Saldo baten en lasten | 1.282 | -702 | -7.192 | |
| 5 | Financiële baten en lasten | -70 | -25 | -12 |
| Resultaat | 1.211 | -727 | -7.204 | |
| 6 | Belastingen | -6 | 7 | 31 |
| Nettoresultaat | 1.218 | -734 | -7.235 |
| Bedragen * € 1.000 | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Geconsolideerd nettoresultaat na belastingen | 1.218 | -734 | -7.235 |
| Totaal van de rechtstreekse mutaties in het eigen vermogen | 0 | 0 | 0 |
| Totaalresultaat | 1.218 | -734 | -7.235 |
| Bedragen * € 1.000 | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten | ||
| Saldo van baten en lasten | 1.282 | -7.192 |
| Aanpassingen voor: | ||
| Afschrijvingen (1.1, 1.2 en 4.2) | 8.101 | 8.486 |
| Boekwinst (2019: boekwinst) op materiële vaste activa | -68 | -100 |
| Toename voorzieningen (2.2) | 698 | 5.254 |
| 8.731 | 13.640 | |
| Veranderingen in werkkapitaal | ||
| Toename (2019: afname) vorderingen (1.5) | 1.088 | -812 |
| Afname (2019: afname) schulden (2.4) | -8.291 | -2.388 |
| -7.203 | -3.200 | |
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | 2.810 | 3.248 |
| Ontvangen interest | 21 | 130 |
| Betaalde interest | -71 | -35 |
| Betaalde belastingen | 44 | -8 |
| -6 | 86 | |
| Totaal kasstroom uit operationele activiteiten | 2.804 | 3.334 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | ||
| Investeringen in materiële vaste activa (1.2) | -3.220 | -4.234 |
| Desinvesteringen in materiële vaste activa (1.2) | 234 | 351 |
| Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten | -2.986 | -3.883 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | ||
| Aflossing langlopende schulden (2.3) | -526 | -112 |
| Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten | -526 | -112 |
| Mutatie geldmiddelen | -708 | -661 |
Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland is statutair gevestigd op de Eenhoorn 4 in Leeuwarden en bij de Kamer van Koophandel geregistreerd onder nummer 41003498. De stichting (hierna genoemd: ROC Friese Poort) heeft tot doel de oprichting en instandhouding van één of meer instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in Friesland en in Flevoland. Deze jaarrekening bevat de financiële informatie van zowel de stichting als haar geconsolideerde 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.
De geconsolideerde jaarrekening van de stichting is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW, de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder RJ 660 onderwijsinstellingen. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO).
De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2020, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2020.
Wij hebben de continuïteit van ROC Friese Poort beoordeeld, inclusief de mogelijke effecten van het Covid-19 virus op onze financiële positie. Gezien de huidige ontwikkelingen en de solide vermogens- en liquiditeitspositie is de continuïteit gewaarborgd. Op grond hiervan is de jaarrekening opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.
Algemeen
Activa en passiva zijn opgenomen tegen historische kostprijs, tenzij anders staat vermeld in de verdere grondslagen.
ROC Friese Poort neemt een actief alleen in de balans op als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan ROC Friese Poort toekomen en de waarde ervan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Verplichtingen worden in de balans opgenomen als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard gaat met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.
Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.
Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten. Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen en niet op basis van voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich zullen voordoen. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten of economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de staat van baten en lasten opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezig, wordt dit feit vermeld.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta van de stichting is. Alle financiële informatie in de hoofdoverzichten is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal in euro’s. De financiële informatie in de toelichting is in hele euro’s weergegeven, tenzij in de toelichting anders vermeld.
GEBRUIK VAN SCHATTINGEN
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De waarderingsgrondslag van personele voorzieningen is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereist schattingen en veronderstellingen. De schattingen en veronderstellingen worden toegelicht bij de toelichting van de voorzieningen.
Meerderheidsdeelnemingen en overige verbonden partijen waarover overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat, worden geconsolideerd. Overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan worden uitgeoefend doordat beschikt wordt over een meerderheid van stemrechten, meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kan benoemen of ontslaan of op enige andere manier de financiële en operationele activiteiten worden beheerst. Hierbij worden ook financiële instrumenten betrokken die potentiele stemrechten bevatten en zodanig kunnen worden uitgeoefend dat ze daardoor de stichting meer of minder invloed verschaffen.
In de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen de 100%-deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden.
Hierbij is de integrale methode toegepast, waardoor activa, passiva en de baten en lasten voor 100% zijn meegenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Intercompany-transacties, resultaten en onderlinge vorderingen en schulden worden geëlimineerd.
De posten in de geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld volgens uniforme grondslagen van waardering en resultaatbepaling van de groep.
VERGELIJKENDE CIJFERS
In 2020 is geen sprake geweest van herrubricering van vergelijkende cijfers over 2019.
FINANCIËLE INSTRUMENTEN
ROC Friese Poort kent de volgende financiële instrumenten: debiteuren en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen, crediteuren en overige schulden. Zij heeft geen afgeleide financiële instrumenten. Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de geconsolideerde jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.
Bepaling reële waarde
De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van niet-beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen.
Debiteuren en overige vorderingen
Vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Dit gebeurt op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waarderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de staat van baten en lasten verwerkt.
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de staat van baten en lasten verwerkt.
De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van de cumulatieve afschrijvingen en de bijzondere waardeverminderingen.
De verkrijgingsprijs bestaat uit de aanschafwaarde per 1 juli 2015 van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid (Goodwill).
De immateriële vaste activa wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur.
Voor goodwill wordt een afschrijvingstermijn van 10 jaar gehanteerd.
Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de stichting en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder het hoofd Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs van de activa die door de stichting in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de vervaardiging. Verder omvat de vervaardigingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat kan worden toegerekend aan de vervaardiging van de activa. Op de materiele vaste activa wordt lineair afgeschreven gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden vanaf 2019 verwerkt volgens de componentenbenadering.
Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringsciteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Overige onderhoudsuitgaven worden direct in de resultatenrekening verwerkt.
De componenten en afschrijvingstermijnen die Friese Poort onderkent zijn:
| Component | Afschrijvingstermijn in jaren |
|---|---|
| Terreinverharding | 20 |
| Bouwkundig | 5-35 |
| Schilderwerk | 7 |
| Dakbedekking | 30 |
| Vloeren (linoleum) | 15 |
| Plafonds | 25 |
| Liftinstallaties | 25 |
| Overige installaties | 15 |
Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde. Op overige inventaris en apparatuur wordt 6,7% - 33,3% per jaar afgeschreven. Op terreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering, alsmede vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.
Bijzondere waardeverminderingenmateriele- en immateriële vaste activa
Voor materiële- en immateriële vaste activa en deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.
Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de boekwaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.
Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) geschat.
Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies voor goodwill wordt niet teruggenomen in een volgende periode
Schattingswijziging
In 2020 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden vanuit het genomen besluit om de gebruiksduur van gebouw D te Drachten met één jaar te verlengen omdat nieuwbouw met tenminste één jaar is vertraagd. De schattingswijziging resulteert in een lagere afschrijvingslast voor het betreffende actief van € 85.000 per jaar ten opzichte van 2019.
In 2020 heeft een schattingswijziging plaatsgevonden vanuit het genomen besluit om de gebruiksduur van het gedeelte van het pand aan de Wilaarderburen te Leeuwarden (intern ook wel 'het Kruis' genoemd) met één jaar te verlengen omdat nieuwbouw met tenminste één jaar is vertraagd. De schattingswijziging resulteert in een lagere afschrijvingslast voor het betreffende actief van € 85.000 per jaar ten opzichte van 2019.
Vervreemding van vaste activa
Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Financiële vaste activa
De 100% deelneming Friese Poort Opleiding en Training B.V in de enkelvoudige jaarrekening wordt gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van de stichting gehanteerd.
Bijzondere waardeverminderingen financiële activa
Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen (1) reële waarde met waardewijzigingen in de staat van baten en lasten of (2) geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.
Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen die door de stichting worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering en van afzonderlijk niet belangrijke vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen en beleggingen met vergelijkbare risicokenmerken.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de staat van baten en lasten. Rente op het aan een bijzondere waardevermindering onderhevige actief blijft verantwoord worden via oprenting van het actief met de oorspronkelijke effectieve rente van het actief.
Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de staat van baten en lasten.
Onderhanden projecten
De post onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten (kosten die direct betrekking hebben op het project, kosten die toerekenbaar en toewijsbaar aan het project en andere kosten die contactueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend), toegerekende winst, verwerkte verliezen en reeds gedeclareerde termijnen.
De winstneming op en vaststelling van onderhanden projecten is gebaseerd op de percentage of completion methode. De mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Voor zover noodzakelijk is bij de waardering van onderhanden projecten rekening gehouden met een voorziening voor verwachte verliezen. Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt. Het bedrag van het verlies wordt bepaald ongeacht of het project reeds is aangevangen, het stadium van realisatie van het project of het bedrag aan winst dat wordt verwacht op andere, niet gerelateerde projecten.
Het saldo van alle onderhanden projecten wordt in één totaalbedrag in de balans gepresenteerd. Enerzijds een debetbedrag betreffende projecten waarvan de gerealiseerde projectkosten en toegerekende winst de gedeclareerde termijnen overtreffen, en anderzijds een creditbedrag betreffende projecten waarvan de waarde van de gedeclareerde termijnen en de verwerkte verliezen de gerealiseerde projectkosten en toegerekende winst overtreft
Vlottende activa
Vorderingen
De grondslag voor de waardering van vorderingen zijn beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten
Liquide middelen
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Deze staan ter vrije beschikking, tenzij anders is vermeld.Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.
Saldering van financiële instrumenten
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.
Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.
Eigen vermogen
Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve, de publieke en private bestemmingsreserves gepresenteerd.
De algemene reserve staat ter vrije beschikking van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht. Reserves die aantoonbaar zijn opgebouwd uit private middelen worden als bestemmingsreserve privaat gerubriceerd.
Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:
Indien de tijdswaarde van geld materieel is en de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt meer dan een jaar is, worden voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. Dit is van toepassing op de jubileumvoorziening en voorzieningen duurzame inzetbaarheid. De rekenrente bedraagt 0% (actuele marktrente per 31-12-2020). Overige voorzieningen zijn gezien de kortlopende duur gewaardeerd tegen nominale waarde.
Voorziening wachtgeld en voorziening WGA
Dit betreft de nominale waarde van de toekomstige te betalen uitkeringen aan medewerkers inzake wachtgeld en WGA in het kader van het eigen risico dragerschap van ROC Friese Poort. De voorziening WGA wordt gebaseerd op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op de bekende WGA’ers en zieken op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Voorziening spaarverlof ADV
De voorziening spaarverlof ADV betreft een voorziening op basis van de spaarverlof ADV regeling. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst af te wikkelen spaarverloven. De berekening is gebaseerd op de gedane toezeggingen en blijfkansen van medewerkers.
Voorziening duurzame inzetbaarheid
De voorziening duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op de cao-afspraken inzake de regeling duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) en een ROC Friese Poort generatieregeling (uiterste instroomdatum 1 augustus 2022). Beide regelingen hebben het kenmerk van een voorziening met opbouw van rechten.
Daarom wordt een voorziening gevormd voor het deel van de geschatte kosten die ten laste van de werkgever komen. Vanaf 2019 is de voorziening uitgebreid met werknemers die nog niet deelnemen maar wel voldoen aan de criteria voor deelname aan bovengenoemde regelingen. Hierbij is rekening gehouden met de blijfkans, leeftijd en deelnamepercentages.
Jubileumvoorziening
De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige jubileumuitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband, en is grotendeels langlopend. De voorziening betreft de contante waarde van het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden.
Voorziening WAB tijdelijk contract
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2020 is een voorziening gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
Reorganisatievoorziening
Deze voorziening is opgenomen bij de deelneming en betreft de feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan en is opgebouwd uit bedragen die in 2021 worden uitgegeven voor de afvloeiing van werknemers.
Langlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.
Kortlopende schulden
De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.
Algemeen
Met inachtneming van het hiervoor genoemde worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen, voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies
Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel en er sprake is van bestedingsverplichtingen, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. Indien toegekende gelden betrekking hebben op een specifiek doel, maar geen sprake is van bestedingsverplichtingen, worden de ontvangen gelden als bate verantwoord in het jaar waarop de gelden betrekking hebben, tenzij toerekening naar schooljaar plaats vindt (i.p.v. kalenderjaar) of sprake is van een concreet bestedingsplan voor de periode na balansdatum.
Subsidies ter compensatie van gemaakte kosten worden als opbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van kosten van een actief worden als vooruitontvangen bedrag onder de overlopende passiva opgenomen, en kunnen zowel een langlopend als kortlopend karakter hebben. Vrijval van deze subsidies wordt tijdsevenredig in de staat van baten en lasten verwerkt gedurende de gebruiksduur van het actief.
College-, cursus-, les- en examengelden
De college-, cursus-, les- en examengelden worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn gespreid.
Baten werk in opdracht van derden
Opbrengsten van werk in opdracht van derden (contractonderwijs) worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen voor een bedrag gelijk aan de kosten als vast staat dat deze kosten declarabel zijn. Een eventueel positief resultaat wordt genomen naar rato van het stadium van voltooiing van de opdracht op verslagdatum (de zogeheten percentage of completion methode).
Overige bedrijfsopbrengsten
Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige baten. Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum.
Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingdienst en het pensioenfonds.
De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Onder personeelsbeloningen is inbegrepen: opbouw van rechten, personeelsregelingen en transitievergoedingen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.
Pensioenen
Stichting Friese Poort heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP op basis van het middelloonstelsel. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. De pensioenpremies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa als dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. De beleidsdekkingsgraad van Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP per 31 december 2020 was 93,2% (2019: 94,1%). Dit is lager dan het wettelijk vereiste minimum van 104,2%. De risico’s van loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. Deze risico’s komen niet tot uitdrukking in de balans. Uit berichtgeving van het ABP blijkt dat in 2021 landelijk versoepelde regels gelden als gevolg van uitzonderlijke economische omstandigheden. Het is niet uitgesloten dat op een later moment alsnog pensioenaanspraken verlaagd moeten worden.
Ontslagvergoedingen
Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.
Financiële baten en lasten
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren. Agio, disagio en aflossingspremies worden verantwoord als rentelast in de periode waartoe zij behoren. De toerekening van deze rentelast en de rentevergoeding over de lening is de effectieve rente die in de staat van baten en lasten wordt verwerkt. In de balans is (per saldo) de amortisatiewaarde van de schuld(en) verwerkt. De nog niet in de staat van baten en lasten verwerkte bedragen van het agio en de al in de staat van baten en lasten verwerkte aflossingspremies worden verwerkt als verhoging van de schuld(en) waarop ze betrekking hebben. De nog niet in de staat van baten en lasten verwerkte bedragen van het disagio worden verwerkt als verlaging van de schuld(en) waarop ze betrekking hebben
Belastingen
Een groot deel van de activiteiten valt niet onder de vennootschapsbelastingplicht op basis van de activiteitentoets als de bekostigingseis van de subjectvrijstelling ex artikel 6b lid 1 onderdeel b Wet VPB 1969. Alleen over activiteiten van Friese Poort Opleiding en Training B.V. is vennootschapsbelasting verschuldigd.
De vennootschapsbelasting betreft de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelasting. Deze wordt berekend op basis van het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten, het geldende belastingtarief en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.
Operational lease
Er is sprake van een aantal leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Deze leasecontracten zijn verantwoord als operational lease. Leasebetalingen worden op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen.
Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
| 1.1 Immateriële vaste activa | 1.1.3 Goodwill |
|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2020 | 158.381 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2020 | -71.272 |
| Boekwaarde 01-01-2020 | 87.109 |
| Investeringen boekjaar | 0 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde | 0 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen | 0 |
| Afschrijvingen lopend jaar | -15.838 |
| Aanschafwaarde 31-12-2020 | 158.381 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2020 | -87.110 |
| Boekwaarde 31-12-2020 | 71.271 |
De goodwill betreft door ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen betaalde goodwill voor overname van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid. De goodwill wordt in 10 jaar afgeschreven.
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2020 | 9.763.209 | 111.812.620 | 45.193.189 | 83.052 | 166.852.070 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2020 | 0 | -53.203.957 | -30.028.177 | 0 | -83.232.134 |
| Boekwaarde 01-01-2020 | 9.763.209 | 58.608.663 | 15.165.012 | 83.052 | 83.619.936 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 75.973 | 3.410.113 | 61.843 | 3.547.929 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | 0 | -31.989 | -1.627.205 | -83.052 | -1.742.246 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 0 | 5.643 | 1.570.516 | 0 | 1.576.159 |
| Afschrijvingen lopend jaar | 0 | -3.960.356 | -4.124.928 | 0 | -8.085.284 |
| Aanschafwaarde 31-12-2020 | 9.763.209 | 111.856.603 | 46.976.097 | 61.843 | 168.657.753 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2020 | 0 | -57.158.669 | -32.582.589 | 0 | -89.741.258 |
| Boekwaarde ultimo boekjaar | 9.763.209 | 54.697.934 | 14.393.508 | 61.843 | 78.916.495 |
In de afschrijvingen is € 0,2 mln. opgenomen als versnelde afschrijving op de panden Wilaarderburen in Leeuwarden en Splitting (gebouw D) in Drachten vanwege de geplande sloop van (een deel van) de panden eind 2023.
Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.
In 2020 is € 3,4 mln. (2019: € 3,8 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 1,8 mln. (2019: € 1,7 mln.) uitgegeven aan hardware: nieuwe laptops, smart boards en servers. Investeringen in machines en apparatuur bedraagt € 1,3 mln. (2019: € 1,2 mln.) hoofdzakelijk ten behoeve van het onderwijs. De overige € 0,3 mln. (2019: € 0,9 mln.) aan investeringen betreft meubilair ten behoeve van kantoor en studenten.
In 2020 is € 83.052 aan eerder geactiveerde huisvestingskosten ten laste van het resultaat genomen.
De WOZ-waarde gebouwen en terreinen in bedraagt € 75,7 mln. De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is gebaseerd op peildatum 1 januari 2020, met uitzondering van Leeuwarden (1 januari 2019). Deze peildatum is financieel bepalend voor het kalenderjaar 2021 respectievelijk 2020. De verzekerde waarde gebouwen per 1 januari 2021 bedraagt € 183,5 mln.
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2020 | 31/12/2019 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 1.188.091 | 1.102.086 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 300.175 | 417.215 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 396.582 | 1.248.648 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 1.424.604 | 1.648.231 |
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | -266.958 | -227.799 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 3.042.495 | 4.188.381 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
De overige vorderingen zijn in 2020 met € 0,8 mln. gedaald ten opzichte van 2019, waarvan € 0,7 mln. aan UWV transitievergoedingen welke in 2020 is ontvangen.
Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen (€ 0,2 mln. respectievelijk € 1,2 mln.). De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2020 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2021. Dit betreffen onder andere softwarelicenties (€ 0,4 mln.), verzekeringen (€ 0,2 mln.), huur (€ 0,2 mln.), examengeld (€ 0,1 mln.) en marketing- en promotiekosten (€ 0,1 mln.).
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -227.799 | -219.574 | |
| Onttrekking | 45.607 | 43.873 | |
| Dotatie | -84.766 | -52.098 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -266.958 | -227.799 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten, BPV bedrijven en een post doorbelaste huisvestingskosten.
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2020 | 31/12/2019 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 2.562 | 1.731 |
| 1.7.2 | Banken | 26.934.484 | 27.644.282 |
| 1.7 | Totaal liquide middelen | 26.937.046 | 27.646.013 |
In 2020 is gestart met schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën waar ultimo 2020 € 23,7 mln. is ondergebracht. Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van de lopende rekeningen en uitstaande spaargelden bij commerciële banken.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.
Ultimo 2020 bedraagt het groepsvermogen € 81,6 mln. (2019: € 80,4 mln.).
Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de enkelvoudige jaarrekening.
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01/01/2020 | Dotaties | Onttrek-kingen | Stand per 31/12/2020 | Kortlopend deel (<1 jaar) | Langlopend deel (> 1 jaar < 5 jaar) | Langlopend deel (> 5 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeelsvoorzieningen | |||||||
| Voorziening wachtgeld | 322.000 | 498.000 | 472.000 | 348.000 | 244.000 | 104.000 | 0 | |
| Voorziening spaarverlof ADV | 40.839 | 2.972 | 21.811 | 22.000 | 0 | 3.000 | 19.000 | |
| Voorziening WGA | 1.542.000 | 776.167 | 298.167 | 2.020.000 | 368.000 | 1.047.000 | 605.000 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 4.546.000 | 753.303 | 543.303 | 4.756.000 | 714.000 | 2.625.000 | 1.417.000 | |
| Voorziening jubileum | 1.210.516 | 144.636 | 128.705 | 1.226.447 | 64.882 | 371.584 | 789.981 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 23.000 | 297.220 | 274.220 | 46.000 | 40.000 | 6.000 | 0 | |
| Overige personele voorzieningen | 54.520 | 0 | 36.013 | 18.507 | 9.253 | 9.254 | 0 | |
| 2.2.1 | Totaal personeelsvoorzieningen | 7.738.875 | 2.472.298 | 1.774.219 | 8.436.954 | 1.440.135 | 4.165.838 | 2.830.981 |
De personele voorzieningen ultimo 2020 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en overige personele voorzieningen.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2020 is deze verplichting opgenomen voor 18 wachtgelders (2019: 24), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2021 (respectievelijk 2020) doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.
Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.
De WGA voorziening is gevormd in 2009 vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De voorziening is toegenomen als gevolg van een hogere instroom. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA’ers (26; 2019: 15) en zieken (11; 2019: 11) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Duurzame inzetbaarheid
In de CAO middelbaar beroepsonderwijs 2018-2020 en 2020-2021 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort sinds 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2020 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 23,8% (2019: 19%).
Per 31 december 2020 maken 104 (2019: 90) medewerkers gebruik van het seniorenverlof, in FTE 90,7 (2019: 77,9). Daarnaast maken 17 (2019: 13) medewerkers gebruik van de generatieregeling, in FTE 16,3 (2019: 6,5 gemiddeld over de periode 1 augustus 2019 t/m 31 december 2019).
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 1,5%.
De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2020).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 1,5% en een disconteringsrente van 0%. In 2020 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2019.
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2020 is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
| 2.3 Langlopende schulden | Stand 01/01/2020 > 1 jaar | Reclassificatie naar de kortlopende schulden | Stand 31/12/2020 > 1 jaar | Looptijd > 1 jaar en < 5 jaar | Looptijd > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| 2.3.3 Kredietinstellingen | 245.042 | 27.227 | 217.815 | 108.907 | 108.908 |
| 2.3 Totaal langlopende schulden | 245.042 | 27.227 | 217.815 | 108.907 | 108.908 |
Onder kredietinstellingen zijn twee afgesloten leningen van de BNG Bank opgenomen voor de financiering van gebouwen en terreinen waarvan één lening in 2020 is afgelost. De jaarlijkse rente en aflossing worden betaald uit de jaarlijkse huisvestingvergoeding.
De oorspronkelijke hoofdsom van de resterende lening bedraagt € 816.804. Ultimo boekjaar bedraagt de totale schuld aan BNG Bank € 245.042 (2019: € 771.427). Hiervan is het bedrag waarvoor de looptijd korter dan één jaar is (€ 27.227), opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen (2.4.1).
De rente van de leningen is vast gedurende de looptijd. De rentevoet van de resterende lening bedraagt 4,73%. De reële waarde benadert de boekwaarde. Als zekerheid voor de afgesloten leningen geldt een garantie door de Stichting Waarborgfonds MBO zoals omschreven in de niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen.
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31/12/2020 | 31/12/2019 |
|---|---|---|---|
| 2.4.1 | Kredietinstellingen | 27.227 | 526.385 |
| 2.4.2 | Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten | 1.697.440 | 2.138.090 |
| 2.4.3 | Crediteuren | 3.380.401 | 3.050.861 |
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Loonheffing | 0 | 4.051.403 | |
| Omzetbelasting | 9.688 | 99.032 | |
| 2.4.7 | Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 9.688 | 4.150.435 |
| 2.4.8 | Schulden terzake van pensioenen | 1.105 | 1.210.192 |
| 2.4.9 | Overige kortlopende schulden | 193.980 | 417.808 |
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.254.201 | 1.242.506 | |
| Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt | 1.358.364 | 3.122.032 | |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.633.544 | 2.923.337 | |
| Vakantiegeld en -dagen | 4.140.282 | 4.246.393 | |
| Overig | 3.984.994 | 4.115.685 | |
| 2.4.10 | Totaal overlopende passiva | 13.371.385 | 15.649.953 |
| 2.4 | Totaal kortlopende schulden | 18.681.226 | 27.143.724 |
Het saldo onder kredietinstellingen betreft de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen in het jaar na balansdatum.
Het per ultimo 2020 resp. 2019 openstaand saldo onderhanden projecten van ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen bestaat uit gerealiseerde projectkosten, gedeclareerde termijnen en toegerekende winst:
| 2.4.2 | Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Gerealiseerde projectkosten | -2.134.213 | -2.333.523 | |
| Gedeclareerde termijnen | 4.692.448 | 5.600.502 | |
| Toegerekende winst | -860.795 | -1.128.889 | |
| 2.4.2 | Totaal onderhanden projecten | 1.697.440 | 2.138.090 |
In de waardering van de onderhanden projecten is rekening gehouden met voorzienbare verliezen.
In 2020 is de rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen voor € 1,3 mln. (2019: € 1,2 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2020 zijn ontvangen voor het collegejaar 2020-2021. Het deel wat betrekking heeft op 2021 is in de balans opgenomen.
De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.
De schuld loonheffingen en schulden terzake van pensioenen over december 2020 zijn in hetzelfde tijdvak voldaan. In voorgaande jaren zijn deze in de maand na het betreffende tijdvak voldaan.
De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa en wordt gepresenteerd onder 3.1.2 toerekening investeringssubsidies OCW en 3.2.2 overige overheidsbijdragen. Van deze post heeft € 0,2 mln. een looptijd korter dan een jaar, € 0,9 mln. een looptijd langer dan één jaar maar korter dan vijf jaar en € 1,5 mln. een looptijd langer dan vijf jaar.
In 2020 is de post vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt gedaald naar € 1,4 mln. (2019: € 3,1 mln). De daling heeft betrekking op de projecten ‘RIF Healthy Ageing Friesland’ en ‘Regionaal Programma Voortijdig schoolverlaten’ welke in 2020 voortijdig is beëindigd respectievelijk is afgerond.
Onder de overige overlopende passiva zijn onder andere opgenomen de vooruitontvangen niet-geoormerkte OCW-subsidies. Ultimo 2020 bedraagt dit € 2,3 mln. (2019: € 1,5 mln.). Overige vooruitontvangen subsidies zijn Regiodeal Flevoland € 0,6 mln. (2019: € 0,0 mln.), Erasmus plus subsidie voor internationalisering € 0,4 mln. (2019: € 0,5 mln.) en VWS-subsidie hepatitis B vaccinaties € 0,1 mln. (2019: € 0,1 mln.).
Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.
Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.
| Omschrijving | Toewijzing | Prestatie afgerond | |
|---|---|---|---|
| Kenmerk | Datum | ja/nee | |
| Aspirant-opleidingsschool NHL-ROC Friese Poort | OS-2017-C-005 | 1/12/17 | ja |
| Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019-2020 | 1013088-1 | 20/11/19 | nee |
| Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2020-2021 | 1095163-2 | 15/10/20 | nee |
| Subsidie studieverlof BVE 2019 | 1006015-1 | 20/09/19 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2019 | 1009723-1 | 22/10/19 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2020 | 10940434-1 | 22/09/20 | nee |
| Subsidie zij-instroom 2018 | 883837-1 | 22/12/17 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2019 | 962614-1 | 20/02/19 | nee |
| Subsidie zij-instroom 2020 | 1027581-1 | 19/12/19 | nee |
| Subsidie zij-instroom 2020 | 1078677-1 | 15/04/20 | nee |
| Subsidie zij-instroom 2020 | 1083320-1 | 22/06/20 | nee |
| Subsidie zij-instroom 2020 | 1097261-1 | 20/11/20 | nee |
| Subsidie zij-instroom 2020 | 11027212-1 | 30/11/20 | nee |
| Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2018 | 926380-2 | 9/08/18 | ja |
| Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2019 | 1003947-1 | 20/08/19 | nee |
| Voorziening Leermiddelen minimagezinnen 2020 | 1088083-1 | 20/08/20 | nee |
| Toekenning subsidie doorstroomprogramma MBO-HBO | DHBO019011 | 3/09/18 | nee |
| Subsidie studieverlof instructeurs 2020 | 1086676-1 | 20/08/20 | nee |
| Subsidie studieverlof instructeurs 2020 | 1094306-1 | 20/10/20 | nee |
| Subsidie inhaalprogramma's G1 | IOP-30932-MBO | 2/07/20 | nee |
| Omschrijving | Toewijzing | Bedrag toewijzing | Ontvangen t/m vorig verslagjaar | Lasten t/m vorig verslagjaar | Stand begin verslagjaar | Ontvangst in verslagjaar | Lasting in verslagjaar | Te verrekenen ultimo verslagjaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kenmerk | Datum | ||||||||
| Regionaal investeringsfonds MBO RIF: Centrum voor Innovatief Vakmanschap Healthy Ageing Friesland | 940754 | 23/05/16 | 1.449.221 | 869.532 | 164.381 | 705.151 | -705.151 | 0 | 0 |
| Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Oost | OND/ODB-2016/17737 U | 14/11/16 | 1.097.360 | 1.097.360 | 178.577 | 918.784 | 0 | 918.786 | 2 |
| Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Zuidwest-Friesland | OND/ODB-2016/17738 U | 14/11/16 | 487.170 | 487.172 | 347.053 | 140.119 | 0 | 140.119 | 2 |
| Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Friesland-Noord | OND/ODB-2016/17739 U | 14/11/16 | 1.446.040 | 1.446.040 | 1.044.256 | 401.784 | 0 | 401.383 | 401 |
| Totaal | 4.479.791 | 3.900.104 | 1.734.267 | 2.165.837 | -705.151 | 1.460.288 | 405 |
| Omschrijving | Toewijzing | Bedrag toewijzing | Ontvangen t/m vorig verslag- jaar | Lasten t/m vorig verslag- jaar | Stand begin verslag- jaar | Ontvangst in verslag- jaar | Lasten in verslag- jaar | Stand ultimo verslag- jaar | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kenmerk | Datum | ||||||||
| Regionaal Investeringsfonds MBO RIF17018, Yacht Builders Academy | 1190377 | 23/05/17 | 789.324 | 591.992 | 678.785 | -86.793 | 157.865 | 35.539 | 35.533 |
| Regionaal Programma 2017-2020 Voortijdig Schoolverlaten RMC-regio Flevoland | OND/ODB-2016/17725 U | 14/11/16 | 264.783 | 264.783 | 213.297 | 51.486 | 88.035 | 88.167 | 51.354 |
| Toekenning subsidie doorstroom- programma MBO-HBO | DHB018020 | 15/03/18 | 199.285 | 199.285 | 160.243 | 39.042 | 0 | 25.765 | 13.277 |
| Totaal | 1.253.392 | 1.056.060 | 1.052.325 | 3.735 | 245.900 | 149.471 | 100.164 |
ROC Friese Poort is aangesloten bij de stichting Waarborgfonds MBO. Het waarborgfonds stelt zich borg ten gunste van geldgevers van geldleningen die voor huisvesting worden verstrekt aan bve-instellingen. Het borgen heeft veelal een rentevoordeel tot gevolg. Ultimo 2020 heeft ROC Friese Poort één lening bij het fonds geborgd.
Elke aangesloten instelling kan jaarlijks aangesproken worden tot maximaal 2% van de rijksbijdrage. Dit kan geschieden indien individuele instellingen hun financiële verplichtingen voor geborgde leningen niet meer kunnen voldoen. De maximaal latente claim bedraagt voor ROC Friese Poort jaarlijks circa € 2,4 mln. (prijsniveau 2020).
De huurverplichtingen die ROC Friese Poort op balansdatum heeft en die een meerjarige looptijd hebben, kunnen als volgt ingedeeld worden:
€ 771.000 huurverplichting in 2021
€ 130.000 huurverplichting met een looptijd langer dan een jaar en korter dan vijf jaar
Er zijn geen huurverplichtingen met een looptijd langer dan vijf jaar.
Als toelichting op de grootste posten:
In de huurverplichting 2021 is voor de Centrale Diensten de huur van de Eenhoorn, Leeuwarden opgenomen voor € 100.000 tot en met einddatum contract 31 juli 2021. Ten behoeve van de opleidingen van de vestiging Sneek wordt tijdelijk gehuurd bij de Rabobank, deze huurverplichting bedraagt € 119.000 per jaar.
Voor de opleidingen van de vestiging Leeuwarden wordt tijdelijk gebruikt gemaakt van een locatie aan het Zaailand. De huurverplichting bedraagt € 143.000 tot en met einddatum contract.
Zoals onder 1.7 Liquide middelen reeds is vermeld, is voor een bedrag van € 82.333 aan bankgaranties afgegeven. Dit betreffen bankgaranties inzake huurverplichtingen jegens Apleona Real Estate B.V. te Utrecht voor de huur van ruimten in winkelcentrum Zaailand. De huurverplichtingen van Zaailand 111-113 en Zaailand 147-169 lopen tot 30 april 2021 respectievelijk 31 augustus 2021.
Voor twee personenauto’s en kantoormeubilair zijn operational leasecontracten afgesloten. De aangegane leaseverplichtingen bedragen € 33.000 in 2021, € 13.000 voor de jaren 2022-2025 en € 7.000 met een looptijd langer dan vijf jaar.
| 3.1 | Rijksbijdrage sector BVE | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| Vergoeding studenten | 74.826.974 | 72.593.115 | 70.503.600 | |
| Vergoeding diploma's | 16.943.602 | 16.470.416 | 16.193.153 | |
| Vergoeding Passend Onderwijs | 1.771.235 | 1.719.839 | 1.656.587 | |
| Huisvestingsvergoeding | 6.438.193 | 6.240.182 | 6.145.128 | |
| Vergoeding Entree | 4.306.597 | 4.179.306 | 3.507.974 | |
| Overgangsbekostiging (extern) | -82.730 | -82.738 | -124.096 | |
| Inhouding cursusgelden | -1.952.676 | -1.926.000 | -1.751.965 | |
| 3.1.1 | Totaal Rijksbijdrage OCW | 102.251.195 | 99.194.120 | 96.130.381 |
| Geoormerkte OCW subsidies | 3.086.111 | 1.277.471 | 2.452.521 | |
| Niet-geoormerkte OCW subsidies | 14.524.488 | 15.425.717 | 18.056.886 | |
| Toerekening investeringssubsidies OCW | 50.275 | 154.070 | 180.255 | |
| 3.1.2 | Totaal overige subsidies OCW | 17.660.874 | 16.857.258 | 20.689.662 |
| 3.1 | Totaal Rijksbijdrage | 119.912.069 | 116.051.378 | 116.820.043 |
De rijksbijdrage bestaat uit de vergoeding voor deelnemers, diploma’s, passend onderwijs, huisvesting, entree en overgangsbekostiging. De inhouding cursusgelden betreffen de aan het ministerie af te dragen cursusgelden. De rijksbijdrage is € 6,1 mln gestegen ten opzichte van 2019 en € 3,0 mln hoger ten opzichte door een groei van het aantal studenten.
Een overzicht van de besteding van geoormerkte subsidies is terug te vinden onder 2.4.10. overlopende passiva (Model G).
| 3.2 | Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 3.2.1 | Gemeentelijke bijdragen en subsidies | 91.489 | 33.000 | 72.718 |
| 3.2.2 | Overige overheidsbijdragen | 672.163 | 482.278 | 769.049 |
| 3.2 | Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies | 763.652 | 515.278 | 841.767 |
In 2020 is een derdenbijdrage inzake de programmagelden VSV ontvangen van € 0,1 mln die niet van toepassing was in de begroting en 2019.
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 3.4.1 | Contractonderwijs | 4.374.593 | 5.167.604 | 5.044.371 |
| 3.4.3 | Overige baten werk in opdracht van derden | 727.102 | 749.500 | 958.582 |
| 3.4 | Totaal baten werk in opdracht van derden | 5.101.695 | 5.917.104 | 6.002.953 |
De omzet contractonderwijs binnen ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen ligt lager dan vorig jaar door minder aanmeldingen van bedrijven als gevolg van Covid-19.
| 3.5 | Overige baten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 3.5.1 | Verhuur | 57.081 | 54.000 | 51.658 |
| 3.5.2 | Detacheringen personeel | 594.178 | 620.120 | 998.773 |
| 3.5.4 | Sponsoring | 0 | 11.000 | 6.535 |
| Verkopen kantine | 225.061 | 321.000 | 330.176 | |
| Studentenbijdragen | 711.609 | 824.000 | 1.087.257 | |
| Boekwinst activa | 8.484 | 0 | 7.278 | |
| Overige | 219.679 | 373.000 | 378.809 | |
| 3.5.4 | Totaal overige | 1.164.833 | 1.518.000 | 1.803.520 |
| 3.5 | Totaal overige baten | 1.816.092 | 2.203.120 | 2.860.486 |
De overige baten vallen in 2020 € 0,4 mln lager uit dan begroot en € 1,1 lager dan voorgaand jaar. Dit wordt veroorzaakt door een afname van het aantal detacheringen en afname van verkopen kantine, studentenbijdragen en overige als gevolg van meer online onderwijs van studenten en thuiswerken van personeel als gevolg van Covid-19.
| 4.1 | Personeelslasten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 70.737.127 | 71.141.934 | 70.981.289 | |
| Sociale lasten | 9.383.660 | 9.144.220 | 9.223.189 | |
| Pensioenlasten | 11.173.568 | 10.956.961 | 10.979.454 | |
| 4.1.1 | Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten | 91.294.355 | 91.243.115 | 91.183.932 |
| Dotaties personele voorzieningen | 2.472.298 | 74.000 | 6.419.710 | |
| Lasten personeel niet in loondienst | 1.479.004 | 1.787.517 | 2.315.367 | |
| Overige | 7.630.831 | 6.939.324 | 7.474.331 | |
| 4.1.2 | Overige personele lasten | 11.582.133 | 8.800.841 | 16.209.408 |
| Overige uitkeringen, die de personeelslasten verminderen | -584.732 | -435.000 | -477.820 | |
| 4.1.3 | Ontvangen vergoedingen | -584.732 | -435.000 | -477.820 |
| 4.1 | Totaal personeelslasten | 102.291.756 | 99.608.956 | 106.915.520 |
De lonen en salarissen zijn € 1,2 mln. hoger ten opzichte van de begroting als het gevolg van een nieuwe CAO. Gemiddeld zijn er over 2020 bruto 1.275 fte in dienst (2019: 1.301 fte). Netto zijn er in 2020 gemiddeld 1.229 fte (2019: 1.246 fte) in dienst. Bruto fte betreft het aantal fte zonder aftrek verlofregelingen en exclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat wordt verloond. Netto fte betreft het aantal fte met aftrek verlofregeling en inclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat inzetbaar is. De bruto fte (begroting 2020 op basis van netto fte) kunnen als volgt worden verdeeld:
| Gemiddeld (bruto) fte in dienst | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Management/directie | 10 | 10 | 10 |
| Onderwijzend personeel | 883 | 830 | 893 |
| Ondersteunend personeel | 382 | 391 | 398 |
| Totaal fte in dienst | 1.275 | 1.231 | 1.301 |
Onder de overige personele lasten vallen de dotaties aan personele voorzieningen, kosten voor uitzendkrachten en overige werknemer gerelateerde kosten zoals scholing en vestigingsactiviteiten.
Ten opzichte van de begroting 2020 heeft meer instroom van werknemers in de WGA- en wachtgeldregeling plaatsgevonden wat leidt tot een hogere last € 0,6 mln. in dotaties personele voorzieningen. Het overige verschil van € 0,1 mln wordt veroorzaakt door bijstelling van het CAO-loon en hogere sociale lasten. Ten opzichte van 2019 is de dotatie gedaald met € 5,6 mln. Deze hoge last in 2019 wordt met name veroorzaakt door een bijstelling van de voorziening seniorenverlof en generatieregeling in 2019.
Onder de post overig zijn opgenomen de kosten diensten door derden van € 5,0 mln. (2019: € 4,0 mln.) en scholingskosten van € 1,0 mln. (2019: € 1,5 mln.).
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Publieke en Semipublieke sector (WNT)
De WNT is van toepassing op Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort). Het voor ROC Friese Poort toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2020 € 183.000 op basis van de indeling in klasse F van de Regeling normering topinkomens OCW-sectoren.
De beloning van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht past binnen het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen. De beloning van de huidige bestuurders is passend binnen deze regeling.
Aan de leden van Raad van Toezicht is in 2020 in totaal € 96.568 (2019: € 86.954) excl. BTW uitbetaald als vaste vergoeding. Voor alle leden van de Raad van Toezicht geldt dat zij onafhankelijk zijn in de zin van de Code Goed Bestuur in het MBO. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een vaste vergoeding, passend binnen de kaders van de WNT-regeling.
In het kader van de WNT wordt gemeld dat er in 2020 (en 2019) geen bezoldigingen boven de vastgestelde WNT-norm zijn uitgekeerd aan niet-topfunctionarissen met een dienstverband.
| Gegevens 2020 | ||
|---|---|---|
| Bedragen x € 1 | Dhr. drs. H.W. Meijerink | Mw. drs. A. Muller |
| Functiegegevens | College van Bestuur (vrz.) | College van Bestuur (lid) |
| Aanvang en einde functievervulling in 2020 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 |
| Deeltijdfactor in fte | 1,0 | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 161.421 | 143.670 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 21.478 | 20.929 |
| Subtotaal | 182.899 | 164.600 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 183.000 | 183.000 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. |
| Totale bezoldiging 2020 | 182.899 | 164.600 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2019 | ||
| Aanvang en einde functievervulling in 2019 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 |
| Deeltijdfactor 2020 in fte | 1,0 | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 156.087 | 138.862 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 20.585 | 20.101 |
| Subtotaal | 176.672 | 158.963 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 177.000 | 177.000 |
| Totale bezoldiging 2019 | 176.672 | 158.963 |
| Gegevens 2020 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1 | Dhr. drs. ing. G. Jaarsma | Dhr. drs. B. Hoekstra | Mevr. ds. T.K. Kwint | Dhr. drs. J. Olivier |
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2020 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 |
| Bezoldiging | ||||
| Bezoldiging | 19.331 | 12.810 | 12.972 | 12.880 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 27.450 | 18.300 | 18.300 | 18.300 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Totale bezoldiging 2020 | 19.331 | 12.810 | 12.972 | 12.880 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2019 | ||||
| Aanvang en einde functievervulling in 2019 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 |
| Bezoldiging | ||||
| Bezoldiging | 17.486 | 11.505 | 11.663 | 11.623 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 25.550 | 17.700 | 17.700 | 17.700 |
| Gegevens 2020 | |||
|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1 | Dhr. drs. B.J. Pastoor | Dhr. mr. F. Veenstra | Dhr. drs. P.D. van der Zwan |
| Functiegegevens | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2020 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 |
| Bezoldiging | |||
| Bezoldiging | 12.810 | 12.810 | 12.963 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 18.300 | 18.300 | 18.300 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Totale bezoldiging 2020 | 12.810 | 12.810 | 12.963 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2019 | |||
| Aanvang en einde functievervulling in 2019 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 |
| Bezoldiging | |||
| Bezoldiging | 11.666 | 11.505 | 0 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 17.700 | 17.700 | 17.700 |
Mevr. drs. J.M. Imhof heeft de functie als lid van de Raad van Toezicht gestaakt op 31 december 2019 en in 2020 geen bezoldiging ontvangen. Derhalve is dit lid niet opgenomen in de vergelijkende cijfers van het WNT 2020 overzicht.
| 4.2 | Afschrijvingen | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.1 | Immateriële vaste activa | 15.838 | 15.838 | 15.838 |
| 4.2.2 | Materiële vaste activa | 8.085.285 | 8.300.889 | 8.470.099 |
| 4.2 | Totaal afschrijvingen | 8.101.123 | 8.316.727 | 8.485.937 |
De afschrijvingen zijn lager dan begroot omdat de gebruiksduur van de gebouw D aan de Splitting te Drachten en Wilaarderburen te Leeuwarden met één jaar zijn verlengd, omdat de verwachte opleverdata van nieuwbouw overeenkomstig met één jaar zijn vertraagd, van 2022 naar 2023. Voor een toelichting op de versnelde afschrijving wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.
| 4.3 | Huisvestingslasten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 4.3.1 | Huur | 908.657 | 882.500 | 970.843 |
| 4.3.2 | Verzekeringen | 190.606 | 156.000 | 153.180 |
| 4.3.3 | Onderhoud | 1.477.014 | 1.357.000 | 2.120.597 |
| 4.3.4 | Energie en water | 1.287.375 | 1.155.000 | 1.176.245 |
| 4.3.5 | Schoonmaakkosten | 1.836.254 | 1.811.350 | 1.735.099 |
| 4.3.6 | Belastingen en heffingen | 626.475 | 700.900 | 667.628 |
| 4.3 | Totaal huisvestingslasten | 6.326.381 | 6.062.750 | 6.823.592 |
De huurlasten zijn gedaald omdat enkele huurcontracten niet zijn verlengd in 2020.
De onderhoudslasten 2020 zijn lager door incidentele uitgaven met betrekking tot de reparatie van vloeren van de vestiging Sneek in 2019 (€ 0,4 mln.).
Ondanks twee perioden van lockdown als gevolg van Covid-19 zijn kosten van energie en water € 0,1 mln. gestegen ten opzichte van 2019 en tevens hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door extra ventilatiemaatregelen om verspreiding van het virus te beperken.
| 4.4 | Overige lasten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 4.4.1 | Administratie en beheer | 5.576.393 | 7.083.841 | 6.205.378 |
| 4.4.2 | Inventaris en apparatuur | 4.746.912 | 5.730.466 | 6.266.690 |
| 4.4.4 | Dotatie overige voorzieningen | 84.766 | 3.000 | 52.098 |
| 4.4.5 | Overige | 1.298.897 | 737.900 | 999.152 |
| 4.4 | Totaal overige lasten | 11.706.968 | 13.555.207 | 13.523.318 |
Voor administratie- en beheerslasten geldt dat deze € 1,5 mln. lager ten opzichte van de begroting en € 0,6 mln. lager dan 2019. Dit wordt veroorzaakt door meer online onderwijs van studenten en thuiswerken van personeel als gevolg van Covid-19.
Voor inventaris en apparatuurlasten geldt dat deze € 1,0 mln. lager ten opzichte van de begroting en € 1,5 mln. lager dan 2019. Dit wordt veroorzaakt door meer online onderwijs van studenten en thuiswerken van personeel als gevolg van Covid-19.
Overige lasten zijn € 0,6 mln. hoger ten opzichte van de begroting, waarvan € 0,4 mln. betrekking heeft op advieskosten huisvesting en € 0,3 mln. op projectkosten in ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen. Overige lasten zijn € 0,3 mln. hoger dan 2019 door advieskosten met betrekking tot huisvesting.
Accountantskosten
De honoraria van de onafhankelijke controlerend accountant (KPMG Accountants N.V.) over 2020 en 2019 zijn als volgt:
| Specificatie accountantskosten | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Honorarium onderzoek jaarrekening | 121.190 | 96.191 |
| Honorarium andere controleopdrachten | 13.939 | 11.568 |
| Honorarium fiscale adviezen | 0 | 0 |
| Honorarium andere niet-controlediensten | 0 | 0 |
| Totaal overige lasten | 135.129 | 107.759 |
De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de uitgevoerde werkzaamheden over boekjaar 2020 (2019). Voor het honorarium onderzoek jaarrekening gelden vaste prijsafspraken.
| 5 | Saldo financiële baten en lasten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 5.1 | Financiële baten | |||
| 5.1.1 | Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 666 | 20.000 | 23.679 |
| 5.1 | Totaal financiële baten | 666 | 20.000 | 23.679 |
| 5.2 | Financiële lasten | |||
| 5.1.1 | Rentelasten en soortgelijke lasten | -70.953 | -44.929 | -35.387 |
| 5.2 | Totaal financiële lasten | -70.953 | -44.929 | -35.387 |
| 5 | Totaal financiële baten en lasten | -70.287 | -24.929 | -11.708 |
De financiële baten en lasten zijn gedaald respectievelijk gestegen door een lagere rente ten opzichte van 2019 en een deels negatieve rente.
| 6 | Belastingen | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting | -6.208 | 6.946 | 31.318 | |
| 6 | Totaal belastingen | -6.208 | 6.946 | 31.318 |
De belastingen betreft de vennootschapsbelasting voor ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V. Middels carry back wordt het verlies van 2020 deels verrekend met de betaalde vennootschapsbelasting in 2019. Het effectieve belastingpercentage bedraagt 17,4% (2019: 19,7%). Het geldende belastingpercentage tot € 200.000 winst is 16,5% (2019: 19%).
Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht. Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.
De Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland, handelend onder de naam ROC Friese Poort, is 100% aandeelhouder van Friese Poort Opleiding en Training B.V. De aandeelhouder wordt wettelijk vertegenwoordigd door het College van Bestuur van ROC Friese Poort. Binnen de besloten vennootschap is een statutair directeur benoemd.
Friese Poort Opleiding en Training B.V. verzorgt contractonderwijs voor bedrijven en particulieren, dat voor een groot deel wordt uitgevoerd door de vestigingen van het ROC. Hierna wordt in de jaarrekening voor Friese Poort Opleiding & Training B.V. de naam ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen gebruikt.
| Verbonden partij ROC Friese Poort | Meerderheidsdeelneming |
|---|---|
| Naam | ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen |
| Juridische vorm | Besloten vennootschap |
| Statutaire zetel | Leeuwarden |
| Code Activiteit | 1. contractonderwijs |
| Eigen vermogen 31/12/20 | 3978856 |
| Exploitatiesaldo 2020 | -29539 |
| Omzet 2020 | 5872918 |
| Verklaring art 2:403 BW | Nee |
| Consolidatie | Ja |
| Percentage deelneming | 100% |
Ten behoeve van het vergroten van eigenwaarde en zelfvertrouwen en het verbeteren van (leer-) vaardigheden bij kinderen en jongeren is in 2013 de stichting Playing for Success opgericht.
| Verbonden partij ROC Friese Poort | Overige verbonden partij |
|---|---|
| Naam | Playing for Success Leeuwarden |
| Juridische vorm | Stichting |
| Statutaire zetel | Leeuwarden |
| Code Activiteit | 4. overige |
| Verklaring art 2:403 BW | N.v.t. |
| Consolidatie | N.v.t. |
| Percentage deelneming | N.v.t. |
Op 30 januari 2009 is Stichting voor Christelijk Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Friesland/Flevoland (ROC Friese Poort) toegetreden als lid van Paars Partnerschap Coöperatief U.A. Deze coöperatie heeft als doel het inschrijven op de openbare aanbesteding door Defensie voor loopbaanlint en het zelfstandig of in groepsverband ontwikkelen, aanbieden en verzorgen van opleidingen, opleidingstrajecten en onderwijsprogramma’s.
De coöperatie heeft haar activiteiten beëindigd per 31 december 2019 en is per 1 januari 2020 ontbonden en in liquidatiefase. Na vereffening van vorderingen en schulden is het eindkapitaal aan de leden uitgekeerd. Tijdens de algemene vergadering van het bestuur op 13 mei 2020 is officieel tot opheffing van de coöperatie besloten. De opgaaf van deze opheffing is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
| Verbonden partij ROC Friese Poort | Overige verbonden partij |
|---|---|
| Naam | Paars Partnerschap |
| Juridische vorm | Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid |
| Statutaire zetel | Leeuwarden |
| Code Activiteit | 1. contractonderwijs |
| Opheffing van de coöperatie | 13-mei-20 |
| Vorderingen op Paars Partnerschap | 0 |
| Schulden aan Paars Partnerschap | € 0 |
| Verklaring art 2:403 BW | N.v.t. |
| Consolidatie | N.v.t. |
| Percentage deelneming | N.v.t. |
In 2013 is ROC Friese Poort toegetreden als lid van de Coöperatie Maritieme Academie Holland U.A. Deze coöperatie heeft als doel het bevorderen en leveren van een bijdrage aan de kwaliteit en kwantiteit van het onderwijs in de maritieme sector in brede zin. De coöperatie bestaat uit zes leden die elk niet aansprakelijk zijn voor schulden van de coöperatie en niet verplicht zijn tot bijdrage in tekorten, ook niet bij ontbinding van de rechtspersoon.
| Verbonden partij ROC Friese Poort | Overige verbonden partij |
|---|---|
| Naam | Maritieme Academie Holland |
| Juridische vorm | Coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid |
| Statutaire zetel | Amsterdam |
| Code Activiteit | 4. overige |
| Verklaring art 2:403 BW | N.v.t. |
| Consolidatie | N.v.t. |
| Percentage deelneming | N.v.t. |
| De coöperatie telt zes leden |
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die een ander licht werpen op de toestand per balansdatum.
Na resultaatbestemming
| Bedragen * € 1.000 | 31/12/2020 | 31/12/2019 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Activa | ||||
| Vaste activa | |||||
| 1.2 | Materiële vaste activa | 78.833 | 83.565 | ||
| 1.3 | Financiële vaste activa | 3.979 | 4.008 | ||
| Totaal vaste activa | 82.812 | 87.573 | |||
| Vlottende activa | |||||
| 1.5 | Vorderingen | 2.300 | 3.456 | ||
| 1.7 | Liquide middelen | 26.385 | 27.528 | ||
| Totaal vlottende activa | 28.685 | 30.984 | |||
| 1 | Totaal activa | 111.497 | 118.557 | ||
| 2 | Passiva | ||||
| 2.1 | Eigen Vermogen | 81.631 | 80.414 | ||
| 2.2 | Voorzieningen | 8.386 | 7.643 | ||
| 2.3 | Langlopende schulden | 218 | 245 | ||
| 2.4 | Kortlopende schulden | 21.262 | 30.255 | ||
| 2 | Totaal passiva | 111.497 | 118.557 |
| Bedragen * € 1.000 | 2020 | Begroting 2020 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|
| Baten | ||||
| 3.1 | Rijksbijdragen | 119.912 | 116.051 | 116.820 |
| 3.2 | Overige overheidsbijdragen en -subsidies | 710 | 520 | 769 |
| 3.3 | College-, cursus-, les- en examengelden | 2.114 | 2.155 | 2.031 |
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 2.912 | 3.637 | 3.615 |
| 3.5 | Overige baten | 1.755 | 2.142 | 2.653 |
| Totaal baten | 127.403 | 124.506 | 125.888 | |
| Lasten | ||||
| 4.1 | Personeelslasten | 100.504 | 97.806 | 104.983 |
| 4.2 | Afschrijvingen | 8.069 | 8.282 | 8.453 |
| 4.3 | Huisvestingslasten | 6.321 | 6.063 | 6.823 |
| 4.4 | Overige lasten | 11.196 | 13.098 | 12.975 |
| Totaal lasten | 126.090 | 125.250 | 133.234 | |
| Saldo baten en lasten | 1.313 | -743 | -7.345 | |
| 5 | Financiële baten en lasten | -65 | -25 | -17 |
| Resultaat | 1.248 | -768 | -7.363 | |
| 7 | Resultaat deelnemingen | -30 | 35 | 128 |
| Nettoresultaat | 1.218 | -734 | -7.235 |
De enkelvoudige jaarrekening maakt deel uit van de statutaire jaarrekening 2020 van de stichting. De financiële gegevens van de stichting zijn in de geconsolideerde jaarrekening van de stichting verwerkt.
Voor zover posten uit de enkelvoudige balans en de enkelvoudige staat van baten en lasten hierna niet nader zijn toegelicht, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten.
De grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gelijk aan die voor de geconsolideerde staat van baten en lasten, met uitzondering van de hierna genoemde grondslagen.
Financiële instrumenten
In de enkelvoudige jaarrekening worden financiële instrumenten gepresenteerd op basis van hun juridische vorm.
Deelnemingen in groepsmaatschappijen
Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Indien waardering tegen nettovermogenswaarde niet kan plaatsvinden doordat de hiervoor benodigde informatie niet kan worden verkregen, wordt de deelneming gewaardeerd volgens het zichtbaar eigen vermogen. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde van de deelnemingen zijn de activa en passiva van de deelneming gewaardeerd op basis van de grondslagen die gelden voor de onderneming.
Resultaat deelnemingen
Het aandeel in het resultaat van deelnemingen omvat het aandeel van de stichting in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de stichting en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2020 | 9.763.209 | 111.812.620 | 44.965.582 | 83.052 | 166.624.463 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2020 | 0 | -53.203.957 | -29.855.970 | 0 | -83.059.927 |
| Boekwaarde 01-01-2020 | 9.763.209 | 58.608.663 | 15.109.612 | 83.052 | 83.564.536 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 75.973 | 3.365.831 | 61.843 | 3.503.647 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | 0 | -31.989 | -1.562.234 | -83.052 | -1.677.275 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 0 | 5.643 | 1.505.545 | 0 | 1.511.188 |
| Afschrijvingen lopend jaar | 0 | -3.960.356 | -4.108.467 | 0 | -8.068.823 |
| Aanschafwaarde 31-12-2020 | 9.763.209 | 111.856.604 | 46.769.179 | 61.843 | 168.450.835 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2020 | 0 | -57.158.670 | -32.458.892 | 0 | -89.617.562 |
| Boekwaarde 31-12-2020 | 9.763.209 | 54.697.934 | 14.310.287 | 61.843 | 78.833.273 |
In de afschrijvingen is € 0,2 mln. opgenomen als versnelde afschrijving op de panden Wilaarderburen in Leeuwarden en Leidijk in Drachten vanwege de geplande sloop van (een deel van) de panden eind 2023.
Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.
In 2020 is € 3,4 mln. (2019: € 3,8 mln.) in inventaris en apparatuur geïnvesteerd. Hiervan is € 1,8 mln. (2019: € 1,7 mln.) uitgegeven aan hardware: nieuwe laptops, smart boards en servers. Investeringen in machines en apparatuur bedraagt € 1,3 mln. (2019: € 1,2 mln.) hoofdzakelijk ten behoeve van het onderwijs. De overige € 0,3 mln. (2019: € 0,9 mln.) aan investeringen betreft meubilair ten behoeve van kantoor en studenten.
In 2020 is € 83.052 aan eerder geactiveerde huisvestingskosten ten laste van het resultaat genomen.
| 1.3 Financiële vaste activa | Boekwaarde 01/01/2020 | Investeringen en verstrekte leningen | Dividend | Resultaat deel- nemingen | Boekwaarde 31/12/2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| Deelneming in groepsmaatschappijen | 4.008.395 | 0 | 0 | -29.538 | 3.978.857 |
| Totaal financiële vaste activa | 4.008.395 | 0 | 0 | -29.538 | 3.978.857 |
De financiële activa betreft de 100%-deelneming in Friese Poort Opleiding & Training B.V. te Leeuwarden, met een netto vermogenswaarde van € 3.978.857 per 31 december 2020.
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2020 | 31/12/2019 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 373.522 | 311.427 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 300.175 | 417.215 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 379.364 | 1.185.191 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 1.402.029 | 1.637.636 |
| 1.5.9 | Voorzieningen wegens oninbaarheid | -154.721 | -95.723 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 2.300.369 | 3.455.746 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
De overige vorderingen zijn in 2020 met € 0,8 mln. Gedaald ten opzichte van 2019, waarvan € 0,7 mln. aan UWV transitievergoedingen welke in 2020 is ontvangen.
Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen (€ 0,2 mln. respectievelijk € 1,2 mln.). De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2020 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2021. Dit betreffen onder andere softwarelicenties (€ 0,4 mln.), verzekeringen (€ 0,2 mln.), huur (€ 0,2 mln.), examengeld (€ 0,1 mln.) en marketing- en promotiekosten (€ 0,1 mln.).Onder de overlopende activa zijn begrepen de nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen (€ 0,2 mln. respectievelijk € 1,2 mln.). De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2020 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2021. Dit betreffen onder andere softwarelicenties (€ 0,4 mln.), verzekeringen (€ 0,2 mln.), huur (€ 0,2 mln.), examengeld (€ 0,1 mln.) en marketing- en promotiekosten (€ 0,1 mln.).
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -95.723 | -80.287 | |
| Onttrekking | 28.854 | 5.578 | |
| Dotatie | -87.851 | -21.014 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -154.721 | -95.723 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten, BPV bedrijven en een post doorbelaste huisvestingskosten.
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2020 | 31/12/2019 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 2.541 | 1.560 |
| 1.7.2 | Banken | 26.382.374 | 27.526.298 |
| 1.4 | Totaal liquide middelen | 26.384.915 | 27.527.858 |
In 2020 is gestart met schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën waar ultimo 2020 € 23,7 mln. is ondergebracht. Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden, het saldo van de lopende rekeningen en uitstaande spaargelden bij commerciële banken.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van ROC Friese Poort en zijn niet weggezet voor een periode langer dan één jaar met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.
| 2.1 | Eigen vermogen | Stand 01/01/2019 | Bestemming exploitatie-saldo 2019 | Overige mutaties 2019 | Stand per 31/12/2019 | Bestemming exploitatie-saldo 2020 | Stand per 31/12/2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.1.1 | Algemene reserve | 5.600.000 | -7.363.217 | 14.486.620 | 12.723.403 | 790.053 | 13.513.456 |
| 2.1.2 | Bestemmingsreserve (publiek) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Huisvesting | 54.887.565 | 0 | 8.812.435 | 63.700.000 | 457.000 | 64.157.000 | |
| Inventaris | 15.484.445 | 0 | -15.484.445 | 0 | 0 | 0 | |
| Beleidsontwikkeling/projecten | 4.015.295 | 0 | -4.015.295 | 0 | 0 | 0 | |
| Vestigingen | 1.281.328 | 0 | -1.281.328 | 0 | 0 | 0 | |
| 2.1.2 | Totaal bestemmingsreserve (publiek) | 75.668.633 | 0 | -11.968.633 | 63.700.000 | 457.000 | 64.157.000 |
| 2.1.3 | Bestemmingsreserve (privaat) | 3.862.544 | 127.851 | 0 | 3.990.395 | -29.538 | 3.960.857 |
| 2.1.3 | Totaal bestemmingsreserve (privaat) | 3.862.544 | 127.851 | 0 | 3.990.395 | -29.538 | 3.960.857 |
| 2.1 | Totaal eigen vermogen | 85.131.177 | -7.235.366 | 2.517.987 | 80.413.798 | 1.217.515 | 81.631.313 |
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en de bestemmingsreserve privaat, die betrekking heeft op de algemene reserve van Friese Poort Opleiding & Training B.V.
Het exploitatiesaldo 2020 is opgenomen in de kolom bestemming exploitatiesaldo 2020.
Bij de bestemming van het exploitatiesaldo 2020 wordt rekening gehouden met de uitgangspunten in de notitie ‘Omvang eigen vermogen ROC Friese Poort 2005’, de uitkomsten van de calculatie ten aanzien van de risico’s ultimo 2020 en interne beleidsafspraken.
Van het resultaat 2020 van € 1.217.512is € 790.051 toegevoegd aan de algemene reserve en € 457.000 aan de bestemmingsreserve huisvesting. Dit betreft het huisvestingsresultaat 2020.
Het resultaat deelneming Friese Poort Opleiding & Training B.V. van negatief € 29.539 is onttrokken aan de bestemmingsreserve privaat.
De algemene reserve is bedoeld als risicobuffer voor onvoorziene tekorten in de exploitatie. De ondergrens is berekend op € 6,0 mln., zijnde 5% van de Rijksbijdragen.
In 2019 heeft een periodieke beoordeling van de bestemmingsreserves publiek plaatsgevonden. Als gevolg hiervan is besloten tot vereenvoudiging van deze reserves. De hoogte van de bestemmingsreserve huisvesting (inclusief inventaris) is herijkt op een niveau van € 63,7 mln. In 2020 is het huisvestingsresultaat 2020 van € 0,5 mln. toegevoegd waardoor de totale bestemmingsreserve € 64,2 mln. bedraagt per 31 december 2020.
De private bestemmingsreserve bestaat uit de overige reserve van de private partij Friese Poort Opleiding & Training B.V. waaraan het negatieve resultaat 2020 van € 29.539 is onttrokken.
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01/01/2020 | Dotaties | Onttrekkingen | Stand per 31/12/2020 | Kortlopend deel (<1 jaar) | Langlopend deel (>1 jaar <5 jaar) | Langlopend deel (>5 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeelsvoorzieningen | |||||||
| Voorziening wachtgeld | 322.000 | 498.000 | 472.000 | 348.000 | 244.000 | 104.000 | 0 | |
| Voorziening spaarverlof ADV | 40.839 | 2.972 | 21.811 | 22.000 | 0 | 3.000 | 19.000 | |
| Voorziening WGA | 1.542.000 | 776.167 | 298.167 | 2.020.000 | 368.000 | 1.047.000 | 605.000 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 4.546.000 | 753.303 | 543.303 | 4.756.000 | 714.000 | 2.625.000 | 1.417.000 | |
| Voorziening jubileum | 1.169.000 | 143.820 | 118.820 | 1.194.000 | 64.000 | 367.000 | 763.000 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 23.000 | 297.220 | 274.220 | 46.000 | 40.000 | 6.000 | 0 | |
| 2.2.1 | Totaal personeelsvoorzieningen | 7.642.839 | 2.471.482 | 1.728.321 | 8.386.000 | 1.430.000 | 4.152.000 | 2.804.000 |
| 2.2 | Totaal voorzieningen | 7.642.839 | 2.471.482 | 1.728.321 | 8.386.000 | 1.430.000 | 4.152.000 | 2.804.000 |
De personele voorzieningen ultimo 2020 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en overige personele voorzieningen.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2020 is deze verplichting opgenomen voor 18 wachtgelders (2019: 24), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2021 (respectievelijk 2020) doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.
Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.
De WGA voorziening is gevormd in 2009 vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De voorziening is toegenomen als gevolg van een hogere instroom. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA’ers (26; 2019: 15) en zieken (11; 2019: 11) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Duurzame inzetbaarheid
In de CAO middelbaar beroepsonderwijs 2018-2020 en 2020-2021 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort sinds 2019 de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen.
Per 31 december 2020 maken 104 (2019: 90) medewerkers gebruik van het seniorenverlof, in FTE 90,7 (2019: 77,9). Daarnaast maken 17 (2019: 13) medewerkers gebruik van de generatieregeling, in FTE 16,3 (2019: 6,5 gemiddeld over de periode 1 augustus 2019 t/m 31 december 2019). Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 1,5%. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 0% (actuele marktrente per 31-12-2020).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 1,5% en een disconteringsrente van 0%. In 2020 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld en aangepast.
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2020) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2020 is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31/12/2020 | 31/12/2019 |
|---|---|---|---|
| 2.4.1 | Kredietinstellingen | 27.227 | 526.385 |
| 2.4.3 | Crediteuren | 3.360.653 | 2.990.927 |
| 2.4.5 | Schulden aan groepsmaatschappijen | 4.645.827 | 5.661.152 |
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Loonheffing | 0 | 4.051.246 | |
| Omzetbelasting | 0 | 60.651 | |
| 2.4.7 | Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 0 | 4.111.897 |
| 2.4.8 | Schulden terzake van pensioenen | 1.105 | 1.210.192 |
| 2.4.9 | Overige kortlopende schulden | 193.578 | 417.460 |
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.254.201 | 1.242.506 | |
| Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt | 1.358.364 | 3.122.032 | |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.633.544 | 2.923.337 | |
| Vakantiegeld en -dagen | 4.010.820 | 4.118.801 | |
| Overig | 3.776.969 | 3.930.167 | |
| 2.4.10 | Totaal overlopende passiva | 13.033.898 | 15.336.843 |
| 2.4 | Totaal kortlopende schulden | 21.262.288 | 30.254.856 |
Ultimo 2020 heeft Stichting voor Christelijk BVE Friesland/Flevoland onder de kortlopende schulden € 4.645.827 (2019: € 5.661.152) verantwoord als rekening-courant groepsmaatschappijen. Dit betreft de rekening-courantverhouding met ROC Friese Poort Opleiding en Training B.V. te Leeuwarden. Over deze post wordt rente berekend op basis van de werkelijk ontvangen rente op de spaarrekeningen van ROC Friese Poort. In 2020 is € 5.375 (2019: € 5.327) rente verrekend. Er zijn geen zekerheden gesteld.
De schuld loonheffingen en schulden terzake van pensioenen over december 2020 zijn in hetzelfde tijdvak voldaan. In voorgaande jaren zijn deze in de maand na het betreffende tijdvak voldaan.
In 2020 is de post vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt gedaald naar € 1,4 mln. (2019: € 3,1 mln). De daling heeft betrekking op de projecten ‘RIF Healthy Ageing Friesland’ en ‘Regionaal Programma Voortijdig schoolverlaten’ welke in 2020 voortijdig is beëindigd respectievelijk is afgerond.
Onder de overige overlopende passiva zijn onder andere opgenomen de vooruitontvangen niet-geoormerkte OCW-subsidies. Ultimo 2020 bedraagt dit € 2,3 mln. (2019: € 1,5 mln.). Overige vooruitontvangen subsidies zijn Regiodeal Flevoland € 0,6 mln. (2019: € 0,0 mln.), Erasmus plus subsidie voor internationalisering € 0,4 mln. (2019: € 0,5 mln.) en VWS-subsidie hepatitis B vaccinaties € 0,1 mln. (2019: € 0,1 mln.).
Financiële instrumenten:
ROC Friese Poort maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.
Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 3.4.3 | Overige baten werk in opdracht van derden | 2.911.563 | 3.637.046 | 3.615.079 |
| 3.4 | Totaal baten werk in opdracht van derden | 2.911.563 | 3.637.046 | 3.615.079 |
De overige baten zijn ten opzichte van de begroting 2020 en de werkelijke cijfers 2019 gedaald als gevolg van minder projectopbrengsten. Dit wordt veroorzaakt door minder opdrachten als gevolg van Covid-19.
| 4.1 | Personeelslasten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 69.432.193 | 69.814.344 | 69.606.167 | |
| Sociale lasten | 9.155.109 | 8.950.237 | 8.974.602 | |
| Pensioenlasten | 10.971.492 | 10.726.887 | 10.756.089 | |
| 4.1.1 | Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten | 89.558.794 | 89.491.468 | 89.336.858 |
| Dotaties personele voorzieningen | 2.471.482 | 74.000 | 6.357.445 | |
| Lasten personeel niet in loondienst | 1.479.004 | 1.787.517 | 2.315.367 | |
| Overige | 7.579.882 | 6.887.524 | 7.450.870 | |
| 4.1.2 | Overige personele lasten | 11.530.368 | 8.749.041 | 16.123.682 |
| 4.1.3 | Af: Ontvangen vergoedingen | -584.732 | -435.000 | -477.820 |
| 4.1 | Totaal personeelslasten | 100.504.430 | 97.805.509 | 104.982.720 |
Gemiddeld zijn er over 2020 1.250 fte in dienst (2019: 1.273 fte). Netto zijn er in 2020 gemiddeld 1.204 fte (2019: 1.217 fte) in dienst. Bruto fte betreft het aantal fte zonder aftrek verlofregelingen en exclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat wordt verloond. Netto fte betreft het aantal fte met aftrek verlofregeling en inclusief externe inhuur, welke overeenkomt met het aantal fte dat inzetbaar is. De bruto fte (begroting 2020 op basis van netto fte) kunnen als volgt worden verdeeld:
| Gemiddeld (bruto) fte in dienst | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Management/directie* | 9 | 9 | 9 |
| Onderwijzend personeel | 883 | 830 | 893 |
| Ondersteunend personeel | 358 | 367 | 371 |
| Totaal fte in dienst | 1.250 | 1.206 | 1.273 |
In 2019 hebben extra dotaties plaatsgevonden op de voorziening seniorenverlof, generatieregeling en jubileumvoorziening door herijking van deelname- en blijfkansen. Deze rekenmethodes zijn in 2020 gecontinueerd waardoor het effect op het resultaat beperkter is in 2020.
Onder de post overig zijn opgenomen de kosten diensten door derden van € 5,0 mln. (2019: € 4,0 mln.) en scholingskosten van € 1,0 mln. (2019: € 1,5 mln.).
| 4.2 | Afschrijvingen | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.2 | Materiële vaste activa | 8.068.823 | 8.282.300 | 8.453.095 |
| 4.2 | Totaal afschrijvingen | 8.068.823 | 8.282.300 | 8.453.095 |
De afschrijvingen zijn lager dan begroot omdat de gebruiksduur van de gebouw D aan de Splitting te Drachten en Wilaarderburen te Leeuwarden met één jaar zijn verlengd, omdat de verwachte opleverdata van nieuwbouw overeenkomstig met één jaar zijn vertraagd, van 2022 naar 2023. Voor een toelichting op de versnelde afschrijving wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen met betrekking tot de materiële vaste activa, paragraaf ‘schattingswijziging’.
| 4.3 | Huisvestingslasten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 4.3.1 | Huur | 908.657 | 882.500 | 970.843 |
| 4.3.2 | Verzekeringen | 190.606 | 156.000 | 153.180 |
| 4.3.3 | Onderhoud | 1.472.307 | 1.357.000 | 2.120.098 |
| 4.3.4 | Energie en water | 1.287.374 | 1.155.000 | 1.176.245 |
| 4.3.5 | Schoonmaakkosten | 1.836.254 | 1.811.350 | 1.735.099 |
| 4.3.6 | Belastingen en heffingen | 626.476 | 700.900 | 667.627 |
| 4.3 | Totaal huisvestingslasten | 6.321.674 | 6.062.750 | 6.823.092 |
De huurlasten zijn gedaald omdat enkele huurcontracten niet zijn verlengd in 2020.
Verzekeringspremies zijn gestegen door hertaxatie van panden.
De onderhoudslasten waren voorgaand jaar hoger door incidentele uitgaven met betrekking tot de reparatie van vloeren van de vestiging Sneek (€ 0,4 mln.).
| 4.4 | Overige lasten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 4.4.1 | Administratie en beheer | 5.362.050 | 6.783.999 | 5.931.591 |
| 4.4.2 | Inventaris en apparatuur | 4.743.953 | 5.730.466 | 6.263.186 |
| 4.4.3 | Dotatie overige voorzieningen | 87.026 | 3.000 | 21.014 |
| 4.4.5 | Overige | 1.002.923 | 580.500 | 759.302 |
| 4.4 | Totaal overige lasten | 11.195.952 | 13.097.965 | 12.975.093 |
Voor administratie- en beheerslasten geldt dat deze € 1,4 mln. lager ten opzichte van de begroting en € 0,6 mln. lager dan 2019. Dit wordt veroorzaakt door meer online onderwijs van studenten en thuiswerken van personeel als gevolg van Covid-19.
Voor inventaris en apparatuurlasten geldt dat deze € 1,0 mln. lager ten opzichte van de begroting en € 1,5 mln. lager dan 2019. Dit wordt veroorzaakt door meer online onderwijs van studenten en thuiswerken van personeel als gevolg van Covid-19.
Overige lasten zijn € 0,4 mln. hoger ten opzichte van de begroting en € 0,2 mln. hoger dan 2019 door advieskosten met betrekking tot huisvesting.
| 5 | Saldo financiële baten en lasten | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| 5.1 | Financiële baten | |||
| 5.1.1 | Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 6.004 | 20.000 | 18.352 |
| 5.1 | Totaal financiële baten | 6.004 | 20.000 | 18.352 |
| 5.2 | Financiële lasten | |||
| 5.1.1 | Rentelasten en soortgelijke lasten | -70.916 | -44.929 | -35.387 |
| 5.2 | Totaal financiële lasten | -70.916 | -44.929 | -35.387 |
| 5 | Totaal financiële baten en lasten | -64.912 | -24.929 | -17.035 |
De financiële baten en lasten zijn gedaald respectievelijk gestegen door een lagere rente ten opzichte van 2019 en een deels negatieve rente.
| 7 | Resultaat deelnemingen | 2020 | Begroting 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
| Resultaat deelnemingen | ||||
| ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen B.V. | -29.539 | 34.750 | 127.851 | |
| 7 | Totaal resultaat deelnemingen | -29.539 | 34.750 | 127.851 |
De daling in het resultaat deelneming wordt veroorzaakt door een omzetdaling van 14%. Dit wordt veroorzaakt door minder aanmeldingen als gevolg van Covid-19.
Leeuwarden, 31 mei 2021
De heer drs. H.W. Meijerink RA
Mevrouw drs. A.C. Muller
Leeuwarden, 25 juni 2021
Voorzitter Raad van Toezicht
De heer G. Jaarsma
Lid Raad van Toezicht
De heer B. Hoekstra
Lid Raad van Toezicht
De heer J. Olivier
Lid Raad van Toezicht
De heer F. Veenstra
Lid Raad van Toezicht
Mevrouw T.K. Kwint
Lid Raad van Toezicht
De heer B.J. Pastoor
Lid Raad van Toezicht
De heer P.D. van der Zwan
In de statuten van de Stichting ROC Friese Poort is niet specifiek opgenomen hoe het jaarlijks resultaat te bestemmen. Jaarlijks wordt in de jaarrekening onder hoofdstuk 2.1 Resultaatbestemming de verdeling bepaald.